Het nut van natuur: Groeneveldlezing Tracy Metz

Stadsleven ‘Natuur(lijk) de stad’ onderzoekt of natuur en het stedelijk leven echt twee gescheiden werelden zijn of dat natuur inmiddels een steeds vanzelfsprekender plek heeft ingenomen in de stad. Tracy Metz sprak op 31 januari 2013 de Groeneveldlezing uit waarin ze overpeinst hoe in ons denken over de natuur, de pendule de afgelopen twee decennia woest heen en weer is gezwaaid tussen wildernis en nuttige natuur die er vooral voor ons is. Lees hier deel 1. 

Natuur door de ogen van een verhalenverteller

Allereerst wil ik de Stichting Groeneveld bedanken voor de toekenning van deze illustere prijs. Ik was verbaasd en verguld – dit is de eerste prijs die ik heb gekregen voor mijn werk. Het is natuurlijk vleiend om als journalist en auteur te lezen dat je ‘afwijkende, kritische geluid’ wordt gewaardeerd. Maar toen werd het al snel moeilijk. Een eigen geluid, ok, maar welk? Zo’n prijs, en daarmee het schrijven van deze lezing, dwingt tot introspectie. Waar sta ik eigenlijk zelf in dit debat? En hoe staan natuur en landschap er voor in deze roerige politieke en economische tijden? Ik ben geen deskundige, geen natuurbeschermer, geen ecoloog, geen landschapsarchitect en al helemaal geen beleidsmaker. Als journalist en auteur reageer op wat ik om me heen zie gebeuren, met oprechte belangstelling en nieuwsgierigheid. Maar ik ben daarbij beschouwer en toeschouwer, ik heb geen eigen standpunt of ideologie. Ik probeer verandering te vangen. Altijd ben ik op zoek naar dat ene moment, die ene uitspraak of observatie die alle vastgeroeste aannames op hun kop zet, de boel in de war schopt, een nieuw licht werpt op iets wat een voldongen feit leek. (Daarom hebben ook veel mensen een hekel aan journalisten). Ik sta als verhalenverteller tussen de leek en de deskundige in. Ik ben de trait d’union, of zo u wilt: de postillon d’amour. Met deze vraag in het achterhoofd – Waar sta ik? – ben ik om te beginnen voor de boekenkast gaan staan om nog eens door mijn eigen werk te bladeren. Mijn veronderstelling is dat daaruit een beeld oprijst van het veranderende, ik mag zeggen veranderlijke denken over natuur en landschap. In een landschap als dit, dat zo door mensenhand is geboetseerd, zit de spanning tussen het artificiële en het natuurlijk er per definitie ingebakken. Wat dat betreft had ik als studie-object geen interessanter land dan Nederland kunnen kiezen. Terugkijkend op Nederland via mijn eigen boeken werd het me duidelijk hoezeer de denkbeelden over de groene ruimte aan modes en mood swings onderhevig zijn. Ik zal u hieronder schetsen hoe ik de pendule heen en weer heb zien zwaaien tussen een laat-romantisch wildernisdenken en een prozaïsche opvatting over natuur die vooral nut moet hebben – vandaar de titel van deze lezing, ‘Het nut van natuur’. De derde en nieuwste ontwikkeling ligt ergens in het midden: het herontdekken van de natuur als bondgenoot in onze nieuwe verhouding tot het water. En dit alles in nog geen kwart eeuw tijd.

Uit 'Snelweg: Highways in the Netherlands' (foto Theo Baart)

Uit ‘Snelweg: Highways in the Netherlands’ (foto Theo Baart)

De snelweg als natuurgebied

Ik weet nog heel goed wat het verrassingsmoment was toen ik op reportage ging voor het boek Snelweg > Highways in the Netherlands (1996), dat ik samen met fotografen Theo Baart en Cary Markerink heb gemaakt. Ik reed door Zeeland met een bioloog van Rijkswaterstaat, die vertelde dat zeldzame vogels als de kiekendief graag in de lussen van op- en afritten nestelen. Ze wennen aan de herrie en niemand valt ze lastig. En sinds de bermen minder vaak worden gemaaid is de snelwegberm het langste aaneengesloten natuurgebied van het land. Wie had dat gedacht.

  Ontzettend Nederlands vond ik dat, natuur die door de mens wordt gemaakt. Daarover gaat Nieuwe natuur: Reportages over veranderend landschap (1998). Voor mij was natuur per definitie juist datgene wat niet was gemaakt, maar er gewoon wás.  Zelden heb ik zoveel argwaan ondervonden als bij het schrijven van dít boek. Boeren én natuurbeschermers, allemaal wilden ze weten wie mij ertoe opdracht had gegeven. Met andere woorden: in welk kamp zat ik. Frappant vond ik de bijna religieuze overtuiging van de natuurbeschermers dat ze met een verheven missie bezig waren, namelijk om het overgedomesticeerde Nederland weer met wildernis te verrijken. Een wildernis, wel te verstaan, die vrij spel had binnen de grenzen van de snelweg, het spoor, de woonwijk en het schietterein van Defensie.

Boerin Hanny de Vos uit de Sophiapolder. Foto: Heidi de Gier

Boerin Hanny de Vos uit de Sophiapolder. Foto: Heidi de Gier

Nieuw gemaakte natuur was ook het onderwerp van Falling Horizon. Fotografe Heidi de Gier had voor dit boek ruim een jaar lang haar tante Hanny gevolgd. Hanny woonde met haar twee kinderen naast een scheepssloperij aan de rivier de Noord in Hendrik Ido Ambacht. Ze beheerde de boerderij die van haar verder was geweest, aan de overkant, in de Sophiapolder. Deze kleine Sophiapolder moest een zoetwatergetijdenmoeras worden, dus moesten Hanny en de boerderij weg. Dat moeras moet de natuur helpen vervangen die verloren was gegaan met de Betuwelijn, die op 25 meter diepte onder deze oude landbouwpolder doorloopt. Dat was voor mij een verrassende stapeling: de Sophiapolder, puur natuur van boven, pure techniek van onderen.

Koeknuffelen: natuur ter vermaak

Fun! Tracy Metz

Iedereen, ook het buitengebied, hoopt een graantje mee te pikken van het geld dat we uitgeven in onze vrije tijd. Die hoop, en dat geld, veranderen onze omgeving: dat is het onderwerp van Pret! Leisure en landschap. Het productielandschap verandert in een domein voor consumptie, in een groen decor voor hedendaags vermaak. Daarbij geldt wel: hoe ‘authentieker’ hoe beter. Afgetrapte oude klompen brengen in de souvenirwinkel meer op dan nieuwe, eierboeren plakken een donzig veertje op de scharreleieren voordat ze naar de supermarkt gaan. We koesteren de illusie bij gebrek aan the real thing, en laten we wel wezen, de meesten van ons willen ook helemaal niet op het platteland leven. En als we het platteland bezoeken, dan doen we dat niet voor onze rust, we willen er iets beleven: koeknuffelen, boerengolf, apestoned housen in Spaarnwoude, schatzoeken met de GPS in het bos, streekeigen producten kopen die we in ons tweede huis op het platteland opeten. Misschien klinkt het cynisch, maar ik bedoel het niet zo. Kennelijk willen we dit allemaal, en waar vraag is, is aanbod en andersom. Kortom: een markt.

Het platteland, geluk der stedelingen

Huis in Frankrijk - Tracy Metz Theo Baart Sake Elzinga

Rust, maar vooral ruimte: dat is wat veel Nederlanders drijft een tweede huis in Frankrijk te kopen. Zij zijn het onderwerp van Huis in Frankrijk – Nederlanders en hun maison de campagne,met fotografen Theo Baart en Sake Elzinga, in opdracht van Kasteel Groeneveld. Ruimte is er zeker, maar de rust is betrekkelijk: er moet altijd worden geklust, en zoals Martin Bril het zo mooi zei, in de verte hoor je altijd wel ergens een cirkelzaag. Er wonen inmiddels meer stedelingen op het Franse platteland (al dan niet in deeltijd) dan boeren. De Franse sociologen Jean Viard en Bertrand Hervieu spreken daarom van la campagne, bonheur des urbains – het platteland, geluk der stedelingen. De rust- en ruimtezoekers beoordelen het platteland meer nog op zijn esthetische kwaliteiten dan op zijn productiecapaciteit – en de boer moet voor beide zorgdragen.

Nieuw bondgenootschap tussen natuur en veiligheid

Zoet & Zout

In Zoet&Zout: Water en de Nederlanders maakt de natuur zich weer wat losser van de esthetiek en de marketing en sluit ze een alliantie met de veiligheid tegen rampen en overstromingen. Na eeuwen van steeds hogere dijken bouwen en steeds harder pompen hebben we ontdekt dat het misschien slimmer is om met de krachten van de natuur mee te bewegen, to go with the flow. Eeuwenlang hebben we onze wil opgelegd aan het land waarop we leven en nu bijt die ons in de hielen.

Koning Willem Alexander neemt het eerste examplaar van Zoet & Zout in ontvangst

Koning Willem Alexander neemt het eerste examplaar van Zoet & Zout in ontvangst

Vannacht is het zestig jaar geleden dat de Watersnood zich in zuidwestelijk Nederland voltrok. Het antwoord waren de Deltawerken, een huzarenstukje van de waterbouwers en de ingenieurs, die het water moesten bedwingen. Prioriteit nummer één was: Nederland veilig maken tegen het water.

Wie had toen kunnen denken dat Rijkswaterstaat nu zou zeggen dat het veiliger is om de dijken te verlagen, om de druk eraf te halen en het water de ruimte te geven? Je zou toen toch voor gek zijn verklaard! Wat toepasselijk om nu net vandaag te spreken over dit nieuwe bondgenootschap tussen natuur en veiligheid in dit landschap, dat een uniek samengaan is van cultuur en natuur. Nu willen we veilig worden mét het water. Ik kom straks terug op dit bondgenootschap, want daarin zie ik de toekomst en ook nieuwe mogelijkheden voor het denken over en omgaan met de natuur.

Wildernis als wensbeeld

Er zijn dus de afgelopen ruim twintig jaar al heel wat verschillende opvattingen over de natuur voorbij gekomen, en daarmee ook verschillende noties over wat je met het natuurbeleid zou willen bereiken. Maar wat gaat dat snel! Ik kan me haast niet onttrekken aan het idee dat de natuur van zijn gezag en zijn oerkracht is ontdaan, en in plaats daarvan een bijproduct is geworden dan de wisselvallige maatschappelijke gemoedstoestand.

Mens en wildernis op een schilderij van Caspar David Friedrich

Mens en wildernis op een schilderij van Caspar David Friedrich

De grootste kentering in deze woelige periode was ongetwijfeld het wildernisdenken van de nieuwe-natuurnota uit 1990. Ik vond het intrigerend dat wildernis een wensbeeld was geworden – net zoiets als het Amerikaanse verlangen naar de eeuwige frontier. Tot in de negentiende eeuw was wildernis geen wensbeeld, maar juist een schrikbeeld – het was er koud of juist te heet en in ieder geval gevaarlijk. Maar nu leek het alsof iedere Nederlander recht had op X vierkante meter wildernis of fietsafstand van zijn huis, alsof het net zoiets was als de parkeernorm of de groennorm voor nieuwe woonwijken. Wat bij mij ook verwondering oproept, is het verlangen naar wildernis in een land dat heel lang een onbewoonbare natte delta was. Waar verlang je dan naar terug?

De illusie van wilde natuur

De historicus Auke van der Woud, een van mijn voorgangers als winnaar van deze prijs, maakte in een interview in Trouw korte metten met wat hij noemt ‘duur getuinier onder de vlag van ongereptheid’ en ‘een toneelstukje dat met veel subsidie wordt opgevoerd’. Daar zit wel wat in, maar hij gaat voorbij aan de redenen waarom hedendaagse wildernis zo tot de verbeelding spreekt: In de eerste plaats is het een nostalgisch verlangen naar een ongereptheid, een puurheid die we kennelijk als een ideaal in ons achterhoofd meedragen – een verlangen naar onze verloren onschuld. In de tweede plaats is er naar mijn overtuiging veel te zeggen – in principe – voor de opvatting dat de natuur een eigen, intrinsieke waarde heeft. ‘Natuur’ is een veel te klein en simpel woord voor het reusachtige en complexe systeem waarbinnen wij leven. Het getuigt van grote hoogmoed om te denken dat wij boven de wetmatigheden van dat systeem verheven zijn – het tegendeel is waar. De vraag is echter, en vandaar dat ik zeg ‘in principe’, of er nog plekken op aarde zijn waar dat systeem gevrijwaard is van de invloed van de mens. Zeker in Nederland, waar de zeggenschap van de mens over de omgeving heel ver reikt, is het een illusie te denken dat de natuur in zijn meest zuivere vorm kan bestaan. En in de derde plaats heeft nieuwe natuur in deze hightech, gehaaste, verkwistende, vervuilende samenleving een belangrijke functie als aflaat. Het is een vorm van vergiffenis. Die bewijst dat als wij ons er maar niet mee bemoeien, de natuur op eigen kracht kan terugveren. Fijn! Dan kunnen we de illusie van wildheid blijven koesteren en hoeven we er niets voor te laten. Dat komt ons eigenlijk wel goed uit.

Rustig achterover leunen: daarvoor waarschuwt de Amerikaanse schrijver William Cronon in zijn prachtige essay The Trouble with Wilderness, dat hij schreef voor de bloemlezing Uncommon Ground: Rethinking the Human Place in Nature. Door ons te fixeren om de romantische wildernis als de enige echte natuur zien we niet meer de kleine, alledaagse natuur om ons heen die in feite véél omvangrijker is dan alle Yellowstones bij elkaar. Die fascinatie is in feite vluchtgedrag, vindt hij:

‘Idealizing a distant wilderness too often means not idealizing the environment in which we actually live, the landscape that for better or worse we call home. Most of our most serious environmental problems start right here, at home, and if we are to solve those problems, we need an environmental ethic that will tell us as much about using nature as about not using it. The wilderness dualism tends to cast any use as abuse, and thereby denies us a middle ground in which responsible use and non-use might attain some kind of balanced, sustainable relationship.’

Die middle ground vind ik een belangrijk begrip. Aan het eind van mijn verhaal zal ik daar nog wat over zeggen.

Clipboardnatuur: zelfs ongerepte natuur is maakbaar

Aan die gemaakte Nederlandse natuur kleeft een onoplosbaar paradox. Enerzijds is die een uitdrukking van een verheven en romantische gedachte, anderzijds werd het in de uitvoering een nogal technocratische bedoening. Dat signaleert ook het Planbureau voor de Leefomgeving in de vorig jaar verschenen Natuurverkenning 2010-2040. ‘De laatste jaren is in het natuurbeleid het accent komen te liggen op het realiseren van ecologische doelen, met name het behoud van biodiversiteit’, aldus het PBL. ‘Die aandacht voor de achteruitgang van vooral kwetsbare dier- en plantensoorten heeft een sterk procedureel en juridisch karakter gekregen. Dat heeft als consequentie dat weinig mensen het beleid nog begrijpen.’ Inderdaad, het gesteggel over de hectares voor de Ecologische Hoofdstructuur was al een tijd voor niemand te volgen behalve de opponenten zelf. Ik heb wel eens de schertsende term ‘clipboardnatuur’ gehoord, een verwijzing naar de lijsten met af te vinken doeltypen die je als terreinbeheerder naar je gebied moest lokken om te bewijzen dat je je subsidies waarmaakte. Alsof planten en dieren op afroep beschikbaar zijn. In Nederland is zelfs het ongerepte maakbaar.

Natuur als mooi plaatje

Je zou denken dat we in reactie op de vèrgaande technologisering van ons leven, een steeds sterkere hang naar de natuur zouden hebben. Dat is ook zo, maar bij verreweg de meesten van ons komt de natuur binnen als mooi plaatje. Op de sportschool heb ik bijvoorbeeld lange de tijd op Animal Planet de avonturen gevolgd van een meerkatkolonie. Op een gegeven moment kende ik de familieleden allemaal van naam. Terwijl ik fysiek nog nooit zelfs maar in de buurt van een meerkattenkolonie ben geweest. De schitterende opnames van National Geographic zijn een soort natuurporno, waarbij we ons verlustigen aan de kracht en de pracht zonder dat het betekenis heeft voor ons dagelijks doen en laten.

Earthflight

Screenshot earthflight

De BBC-serie Earthflight brengt de luchtige wereld van vogels binnen handbereik, nu de ganzen de wereld overvliegen met een camera op hun kop. We griezelen lekker als we een baviaan een onfortuinlijke flamingo aan zijn poot uit de lucht zien trekken en we zitten op de bank te juichen als we op Youtube in de amateurvideo The Battle of Kruger Park zien hoe de buffelkudde wraak neemt op de gemene leeuwen die een buffelkalf bijna hebben verschalkt. Deze Battle is 66 miljoen keer bekeken op YouTube. Het is allemaal een indrukwekkend schouwspel. De natuur komt daarmee dichterbij, maar staat tegelijkertijd verder van ons af.

Earthflight

Screenshot earthflight

  In haar column in de New York Times beschrijft dichteres Diane Ackerman hoe zij met een aantal bevriende vogelaars een stel ibissen bekijkt die in de weer zijn met hun jongen in een natuurgebied in upstate New York. Als je doorleest blijkt dat de vriendengroep anderhalf miljoen mensen groot is, allemaal mensen die thuis achter de computer via de webcam de natuur beleven. Ze hoppen steeds van de ene diersoort naar de andere, afhankelijk van waar de actie is. De titel van haar column was dan ook: ‘Nature: Now Showing on TV‘. De natuurbeleving via en dankzij de techniek, schrijft Ackerman, ‘is swiftly becoming the preferred way to view nature’. Het is denk ik maar beter ook dat die anderhalf miljoen mensen niet rond dat ibisnest staan, maar op veilige afstand meeleven. Toch is de beleving anders. Je bent mét de natuur, maar niet erín. Je hoeft er niks voor te doen, de natuur komt naar jou toe.Via het opgloeiende scherm van je computer of je telefoon kun je die elk moment opvragen, zoals je email checkt of je Facebook-status of de voortgang van je Wordfeud-spel.

Urban Land Project van Tim Simmons

Urban Land Project van Tim Simmons

Fotograaf Tim Simmons heeft er een missie van gemaakt om de stedeling met natuur te confronteren. In Los Angeles en Philadelphia heeft hij voor zijn Urban Land Project reusachtige billboards bedekt met natuurfoto’s. De wereld op die enorme foto’s is zó totaal anders dan hun omgeving van beton en prikkeldraad en asfalt, dat het lijkt alsof je een droomwereld binnenstapt. Met typisch Engelse understatement zegt hij daarover:

‘The evolution of our environment and the way that most of us live has naturally separated us from the landscape. This disconnection makes it easy to forget our responsibility to maintain and preserve our environment in the small ways that we can. I try to offer a space to reconnect.’

 Meer lezen?

Morgen komt deel 2 van Tracy Metz haar Groeneveldlezing online.