Schuld en speculatie: de stad en de mondiale markt – Column Zef Hemel

De stad wordt steeds interessanter voor buitenlandse investeerders en dat zie je terug in het stadsbeeld: meer pied-a-terres, luxe in het winkelaanbod en meer sociale woningbouw en kantoren in buitenlandse handen. Voor Stadsleven ‘Big spenders’ schreef Zef Hemel, planoloog en bijzonder hoogleraar Grootstedelijke Vraagstukken, over de mondiale markt die nu de waarde van steden bepaalt. 

Na ‘nieuwe stedelingen’, nu ook de superrijken

Gaat het eindelijk weer een beetje goed met de stad, deugt het weer niet. Want dat het met onze steden lange tijd niet goed ging, dat hebben we geweten. In de jaren zeventig en tachtig leek het zelfs alsof mensen massaal de stad de rug toekeerden. Ze was vies, vuig en passé. Ook de overheid deed mee door mensen en bedrijven bewust te spreiden. Gangmaker was de staat. Er werden nieuwe, overzichtelijke steden ontwikkeld in de polder, ver weg van de grote stad. Achterblijvers waren de armen, de stakkers. Plus kunstenaars en studenten. Allemaal types met weinig geld.

Een merkwaardig verbond van krakers en monumentenzorgers liep voorop in het herstel van de steden. Hun actievoeren en bouwijver zorgde ervoor dat op een gegeven moment de overheid ook weer in buurten en wijken ging investeren, vaak in een pact met sociale woningbouwverenigingen. Aanvankelijk werd er door haar vooral zwaar gesubsidieerde sociale huur voor minder koopkrachtigen gebouwd. Die fase duurde zeker tien jaar. Rond de krakers en de monumentenliefhebbers groeide ondertussen een nieuwe middenklasse: de zogenaamde ‘nieuwe stedelingen’. De uitstroom droogde langzaam op. Sinds kort komen ook de superrijken.

Mondiale financiële markten bepalen waarde van steden

Het gevolg is dat steden ineens heel veel geld waard zijn, althans bepáálde steden. Succesvolle steden kunnen zelfs helemaal overkoken. Dat zie je nu ineens gebeuren in Londen, New York, Moskou, San Francisco. Je kunt als financier in steden beleggen. Via stedenrankings kan elke financier, waar ook ter wereld, op zijn beeldscherm zien in welke stad of buurt het beste kan worden geïnvesteerd. Die markt is nu een mondiale. Beleggen in vastgoed is ook hoogst aantrekkelijk geworden, zeker door de financiële crisis, want relatief veilig. Steden denken dit te begrijpen en willen nu allemaal hoger op de ranglijstjes. Citymarketing is hun wapen, maar ook een startronde van de Tour de France organiseren, iconische architectuur bouwen, dure musea en cultuurfora ontwikkelen, vooral succes uitstralen, het moet beleggers over de streep trekken. Het mooiste is natuurlijk een internationaal financieel centrum bouwen naar het voorbeeld van Manhattan, met spectaculaire hoogbouw langs het water. Hoewel het slechts enkele steden is voorbehouden, proberen vele het toch. Je weet maar nooit.

17112072222_c1b6287a8c_k

Iconic buildings of London. Credits: Wladows

Maar het zijn de mondiale financiële markten die uiteindelijk de waarde van steden bepalen. Dat is een grillige, onvoorspelbare markt waarbij grote banken en vastgoedadviseurs op continentale schaal acteren. Europa is uit, Azië is in, het beeld van nieuwe stedelijke groeimarkten wordt potentiële kopers voorgespiegeld op basis van inschattingen die dikwijls weinig van doen hebben met wat steden zoal uit de kast trekken. Globalisering raakt sommige steden als bij bliksem doordat grote makelaars daar ineens spectaculaire waardestijgingen voorspellen. Ook dat heeft weinig van doen met al mooie promotiecampagnes. Omgekeerd trekken beleggers zich haastig terug uit steden die krimpen of die slecht presteren. Veel steden die toch proberen succes uit te stralen en zich daartoe diep in de schulden hebben gestoken maar toch niet blijken mee te tellen, zijn pure verliezers. Hun schulden stapelen zich op. De Amerikaanse sociologe Saskia Sassen heeft hier al in 1991 voor gewaarschuwd: nieuwe groeimarkten in stedelijk vastgoed zijn veelal gebouwd op schulden en speculatie.

Machteloos of schuldig?

Maar ook de steden die door het succes worden getroffen en mondiaal kapitaal weten aan te trekken, kunnen niet echt blij zijn. De waarde van hun vastgoed blijkt plotsklaps pijlsnel te stijgen, bewoners worden verdreven, straten komen leeg te staan, woningen en winkels dreigen onbetaalbaar te worden. Steden die eerst nog hunkerden naar aandacht, blijken zich razendsnel uit de markt te prijzen. Tegelijk is dit de triomf van de stad. Want sommige grote steden groeien nu razendsnel. Nooit was het bouwen van steden ook zo goedkoop.

In alle gevallen staan de steden zelf machteloos. Het was ook niet hun verdienste, hun inspanningen werden niet beloond, hun beleid had geen effect, hun droomprojecten waren vergeefs, hun maatregelen werkten niet, hun houding is naïef. Toegegeven, het verschijnsel is ook vreemd. Wie begrijpt eigenlijk globalisering? Saskia Sassen spreekt van brutaliteit en complexiteit. Brutaal is het zeker. Maar de steden treft ook blaam. Hoe dom kun je wezen.

Meer lezen?

Vind meer artikelen over dit onderwerp in ons dossier Big spenders. Bijvoorbeeld de column van Judith Schotanus over hoe kleinschalige projecten en nieuwe woonvormen kunnen profiteren van het beschikbare kapitaal van buitenlandse beleggers.